Blaasgruis bij katten
Blaasgruis bij de kat
Blaasgruis bij katten is een veelgehoord probleem. Iedere kat kan blaasgruis krijgen, maar de ene kat loopt meer risico dan de andere. Vroeger dacht men dat blaasgruis alleen bij gecastreerde katers voorkwam. Dit blijkt echter een fabeltje te zijn. Of je kat nu wel of niet gecastreerd is heeft geen enkele invloed op het wel of niet last krijgen van blaasgruis. Blaasgruis bestaat uit kristallen, welke worden gevormd als zouten in de urine uitkristalliseren. Deze kristallen kunnen gaan samenklonteren tot kleine blaassteentjes, zo groot als zandkorreltjes. Er zijn twee verschillende soorten blaasgruis. Dit zijn Struviet en Calciumoxalaat. Struviet wordt voornamelijk gezien bij jonge katten en bestaat uit magnesium, ammonium en fosfaat. Calciumoxalaat komt meer voor bij oudere katten. Om welke vorm van blaasgruis het gaat wordt vastgesteld door middel van een microscopisch onderzoek. Het is belangrijk om vast te stellen om welk soort blaasgruis het gaat, want elke soort heeft een andere behandeling. De exacte oorzaak van blaasgruis is nog niet bekend. Wel zijn er een aantal oorzaken die de kans op blaasgruis kunnen vergroten.
Een aantal oorzaken:
• Het geslacht. Omdat katers een langere en nauwere plasbuis hebben kan blaasgruis gemakkelijker vastlopen dan bij poezen.
• Het gewicht. Blaasgruis komt over het algemeen vaker voor bij dikke katten.
• Het aantal keer plassen per dag. Katten die vaak plassen hebben minder kans op blaasgruis. De zouten krijgen dan namelijk geen tijd om uit te kristalliseren.
• Hoeveelheid drinken. Katten die weinig drinken hebben geconcentreerde urine. Hierin zullen zich gemakkelijk kristallen vormen.
• De voeding. Voeding bevat noodzakelijke zouten, maar wanneer er teveel zouten in de voeding zitten bestaat er een verhoogde kans op het krijgen van blaasgruis.
De klachten bij blaasgruis:
• De kat plast op ongebruikelijke plaatsen terwijl hij normaal altijd op de kattenbak plast.
• De kat zit veel langer dan normaal op de kattenbak en het plassen is erg pijnlijk. Soms schreeuwen ze het zelfs uit van de pijn.
• De kat plast steeds kleine beetjes en/of perst bij het plassen.
• De urine kan de normale gele kleur hebben, maar ook een rode kleur.
• De kat likt veel aan de onderkant van de staart.
• Het gedrag van de kat is veranderd.
• De kat heeft pijn bij het aanraken van de buik en bij het optillen.
De behandeling
Wanneer je denkt dat je kat wel eens blaasgruis zou kunnen hebben ga dan naar de dierenarts. Hij zal waarschijnlijk een urineonderzoek uitvoeren en aan de hand daarvan constateren of het blaasgruis is. Als voorzorg een potje urine meenemen is dus nooit verkeerd. Wanneer het gaat om Struviet kan dit met een dieetvoer worden opgelost. Dit blaasgruis oplossend voer moet ongeveer zes weken lang gegeven worden om te zorgen dat het gruis niet meer terugkomt. Het dieetvoer is uitsluitend bij de dierenarts te koop. Wanneer het gaat om Calciumoxalaat is dat niet op te lossen met speciale dieetvoeding. In ernstige gevallen moet het gruis operatief uit de blaas worden verwijderd. De kat wordt daarna op een speciaal dieetvoer gezet om te voorkomen dat er nieuw gruis gevormd wordt. Wanneer er sprake is van een verstopping van de urinebuis is dat een levensbedreigende situatie waarbij een onmiddellijke behandeling door de dierenarts nodig is. De verstopping wordt dan opgeheven met speciale katheters en vloeistoffen. Als dit niet lukt wordt de verstopping operatief verholpen.
Voorkomen
Vaak gaat blaasgruis gepaard met een blaasontsteking. Hiervoor krijgt de kat een ontstekingsremmer. Na de kuur wordt aangeraden om wat urine van de kat naar de dierenarts te brengen, om te laten onderzoeken of er nog een ontsteking of gruis aanwezig is. Een speciaal dieet is ontwikkeld om het blaasgruis op te lossen en de vorming ervan te voorkomen. Je kunt de kat, nadat de urine bij de laatste controle gruisvrij was, weer zijn oude voer geven. Laat dan wel ongeveer twee maanden na overschakeling op het oude voer de urine controleren op blaasgruis. Het beste is om het speciale dieet zijn hele leven te blijven geven. Dat is misschien wel wat duurder, maar om je kat dit nog een keer mee te laten maken is ook niet fijn.
Tips!
1. Geef je kat nooit restjes van je eigen maaltijd en ook niet teveel snacks.
2. Probeer zo weinig mogelijk stress bij je kat te veroorzaken. Stress kan namelijk de vocht- en mineralenbalans van een kat beïnvloeden.